Njala, Sierra Leone

Na 40 en 17 jaar terug in Sierra Leone.

18 februari 2018 - Njala, Sierra Leone

Van februari 1976 tot en met maart 1977 was ik (Peter) werkzaam in Njala als junior research fellow bij het Soil Science departement van Njala University College. Ik heb in Sierra Leone onder begeleiding van Wouter Blokhuis een aantal bodemkarteringen uitgevoerd samen met Corrie Roeper, een collega studente. Het was voor mij een geweldige (levens)ervaring om een jaar in West Afrika te werken en rond te reizen. Ik ben er in 1978 nog een keer geweest voor een studiereis.

Henk heeft Sierra Leone tweemaal bezocht tijdens en net na de burgeroorlog. (1997 en 2002). Hij was werkzaam voor het Rode Kruis en belast met het coördinatie  van de humanitaire hulp aan vluchtelingen. Hij heeft het land meegemaakt in het diepst van de crisis en dat beeld als referentiekader.

Het leek ons na 40 jaar, respectievelijk 17 jaar erg interessant om terug te gaan naar Sierra Leone en te zien en ervaren hoe het Sierra Leone sindsdien is vergaan.

Wij landden afgelopen woensdag rond 14.00 vanuit Accra op Lungi Airport en rond 17.00 uur waren wij in Chinatown Guesthouse aan Lumley Beach. 40 Jaar geleden was Lumley Beach een vrijwel leeg strand met welgeteld een Beach Restaurant en een groot en duur hotel. Het Bintumani hotel. Voor mij destijds onbetaalbaar. 

Henk herinnert zich uit de tijd van de burgeroorlog dat het economische leven zowel in Freetown als in het binnenland vrijwel tot stilstand was gekomen en de grote spanning onder de bevolking voelbaar was. Het land was er in die periode veel slechter aan toe dan toen ik er 40 jaar geleden was.

Op dit moment staan er vele hotels langs Lumley Beach Road en aan de strandzijde zijn er vele gezellige strandtenten, waar je een drankje kunt drinken en een maaltijd kunt eten. Verder ervaren we een vriendelijke en open sfeer en veel economische activiteit. Kortom een positieve verandering die economische kansen biedt voor toerisme.

Uit de vele gesprekken die we hier de afgelopen dagen gevoerd hebben is duidelijk dat de burgeroorlog, die woedde van 1991 tot 2001, het land en de bevolking enorme schade heeft toegebracht. In die periode hield een rebellenleger van zo’n 15000 vooral kindsoldaten het land in gegijzeld in een orgie van meedogenloos en zinloos geweld, dat gevoed werd door een wapenstroom die weer gefinancierd werd illegale verkoop van de zogenaamde bloeddiamanten, die in het oosten van het land gedolven worden. Het regeringsleger was op geen enkele manier opgewassen tegen deze rebellen. Een van de manieren waarop de bevolking zich probeerde te verdedigen was door het oprichten van lokale verdedigingsmilities, maar ook die konden onvoldoende tegenwicht bieden. Toen in 2001 Freetown ingenomen dreigde te worden door de rebellen heeft het Engelse leger ingegrepen. Ten eerste om de Engelse burgers in Sierra Leone te verdedigen, maar al snel op verzoek van de regering van Sierra Leone om het rebellenleger te verslaan. Met superieure uitrusting (nachtkijkers), bewapening en gevechtstechnieken schakelde het Britse leger de rebellen in korte tijd volledig uit en kon de regering het heft weer in handen nemen. 

Een tweede tegenslag is de Ebolacrisis geweest in 2014. In gesprekken wordt de Ebolacrisis echter nooit naar voren gebracht, maar de burgeroorlog wel. Dat geeft ons indruk dat de negatieve impact van de burgeroorlog vele malen groter is geweest.

Wat ons opvalt is hoe we overal tegemoet getreden worden. Meer dan in de andere landen in West Afrika die we op onze reis bezochten valt het enthousiasme en de hartverwarmende belangstelling voor wat je ertoe beweegt naar Sierra Leone te komen op. Er hangt een bijna Caribische sfeer, die dachten wij wellicht is terug te voeren op de oorsprong van Sierra Leone en Freetown als terugkeergebied voor bevrijde slaven uit dat gebied. Voor mijzelf was het een feest van herkenning. Deze hartelijkheid was indertijd al iets wat mijn hart beroerde; en het is mooi om dit na 40 jaar weer te ervaren. Dit is niet veranderd.

Het verhaal dat wij na een lange tijd naar Sierra Leone terug zijn gekomen om te zien en ervaren hoe het gaat roept bij iedereen enthousiasme en belangstelling op. Een paar woorden in het Creo (lokaal Engels) levert een vette lach en klappen op de schouder op.

Na 40 jaar terug naar Njala.

Ik wilde heel graag terug naar Njala. Hoe zou het daar zijn na 40 jaar en zou ik nog iets of iemand aantreffen waar ik de herinnering aan die tijd zou kunnen herbeleven.

Na twee dagen Freetown stonden we woensdagmorgen om 5 uur op het busstation bij Kissy Market in Freetown, teneinde een plekje te krijgen in de bus naar Bo. Niet eerder gingen we op pad met zoveel onzekerheden. Zou er wel transport zijn vanaf Taiama Junction naar de Njala en zou er überhaupt een plaats zijn in een guesthouse van de universiteit? Maar diverse mensen verzekeren ons dat we ons geen zorgen hoeven te maken. Dus gaan we welgemoed op pad.

Om 5.45 hadden we het kaartje (2,50) en om 7.15 reden we weg in een stampvolle bus. We zaten helemaal achterin, ingeklemd tussen een paar stevige Sierra Leonezen. De stemming zat er al snel goed in. Er komen verkiezingen aan en dat is dan ook het gesprek van de dag ook in de bus. De toon waarop het gesprek wordt gevoerd is betrokken, vrolijk en serieus, maar op geen enkele manier agressief. Wij worden ook intensief bij het gesprek betrokken, want onze mening wordt erg op prijs gesteld, ondanks het feit dat we de helft van wat er wordt gezegd niet kunnen volgen. Een dergelijk tafereel zullen we in een Nederlandse bus of trein niet snel aantreffen in de aanloop naar landelijke verkiezingen!

We willen eruit bij Taiama Junction, want we gaan naar Njala. Voor de buschauffeur geen probleem.

Het valt mij op dat er op de weg bijzonder weinig verkeer is. Bijna geen tegenliggers en in mijn herinnering misschien nog minder dan 40 jaar geleden. Dus maar hopen dat er in Taiama een taxi te vinden is die ons naar Njala kan brengen.

Henk maakt zich nog zorgen of de chauffeur wel zal stoppen, maar tegen de tijd dat we bij Taiama zijn weet de hele bus dat wij daar eruit moeten en dat wordt dan ook luid en duidelijk naar voren gecommuniceerd. Nadat we iedereen achterin goede verkiezingen hebben toegewenst verlaten we onder luid gejuich de bus.

Meteen worden we bestormd door een aantal mensen die ons achter op een motor naar Njala willen brengen. Wij willen liever een taxi en gelukkig staan er twee. Wat kost het naar Njala, naar het guesthouse? 100.000 Leones is het antwoord. Veel teveel zeg is. 40.000 lijkt mij prima. Na enig palaver met ook omstanders gaat de taxichauffeur akkoord. Wij stappen in, Henk achterin en ik voorin. Vervolgens rijdt hij naar de bus. Daar wordt nog fors wat bagage in de achterbak geladen en stapt er een man achterin. Henk protesteert nog, want dat was niet de afspraak. Vervolgens wurmt een zeer omvangrijke dame zich ook nog achterin en de deur gaat nog net dicht. Arme Henk. Ik zeg tegen de chauffeur dat dit eigenlijk niet de bedoeling was. “You are gold arrangers ! “ antwoord hij enigszins sjaggerijnig. Hij had van deze blanken duidelijk meer geld willen krijgen. Maar ik weet dat we echt een marktconforme prijs betaald hadden. Ik vraag eerst: hoe heet je?  Paul zegt hij, voor zich uit kijkend. Ik zeg na enig tijd: Paul, you said to me, you are good arrangers. But let me tell you. I think you are a good arranger ! ( duidend op zijn truc om eerst een prijs af te spreken en vervolgens de taxi nog verder vol te laden met anderen). Hij kijkt even opzij, en er breekt een brede glimlach door. Hij heeft door dat ik hem door heb. En dat vindt hij kennelijk leuk. Hij brengt ons naar het guesthouse dat tot onze verbazing maar ook vreugde een behoorlijk luxe gebouw op het universiteitsterrein blijkt te zijn. Wij laden onze spullen uit en ik vraag Paul zijn telefoonnummer. Altijd handig om een taxi te kunnen bellen. (Dat is echt een verschil met 40 jaar geleden!). Vervolgens betaal ik hem de overeengekomen 40.000 leones (4,50). Met een grote grijns geeft hij 5.000 leones terug. Dat vind ik echt humor. Ik ga hem bellen voor de terugreis😊

In het guesthouse blijkt er voldoende ruimte te zijn en we kunnen allebei een kamer huren, die voorzien is van goed sanitair en een airco. Ook is er een restaurantje waar we lokale chop kunnen eten en een biertje kunnen drinken.

Het is bloedheet en ondanks dat ik natuurlijk meteen op stap wil besluiten we toch om eerst even te rusten (we waren al om 4.00 uur opgestaan). 

Om 16.00 uur beginnen we aan een rondwandeling over het universiteitsterrein. Ik had Googlemaps bestudeerd en met wat ik nog in mijn hoofd had over de plattegrond van Njala, meende ik dat zowel het huis waar Corrie en ik woonden als het huis waar Wouter en Anneke woonden er nog kon staan. Maar zou dat werkelijk zo zijn?

We liepen eerst langs de weg vanaf het hoofdgebouw, dat ik herkende, richting heet huisje waar ik indertijd gewoond had. Een stukje daarvoor lag in mijn herinnering het Animal departement, en inderdaad. Dat leek er verdomde veel op. Ik keek even naar binnen en een oudere man op een motor nodigde ons het hek binnen te gaan. Ik legde uit waarom ik er was en hij vertelde dat hij 40jaar geleden inderdaad daar al werkte. Ik vertelde dat ik indertijd intensief had samengewerkt met James Cawray en ik mij afvroeg of hij nog leefde. Nee, zei de man, hij is een paar jaar geleden overleden. Hoewel ik dit al een beetje had verwacht raakte deze mededeling mij wel, want ik had stiekem gehoopt dat ik hem had kunnen spreken. Maar zijn zoon ken ik wel heel goed, zei de man, en die wil jou vast graag spreken. Hij pakte zijn mobiel en begon meteen te bellen. Hij komt eraan, zei hij na afloop van zijn telefoongesprek.

Na 5 minuten verscheen een man waarin ik direct de James Cawray herkende waar ik 40 jaar geleden zo intensief mee had samengewerkt. Hij kon zich mij niet herinneren, maar Wouter en Anneke wel. Hij was zichtbaar aangedaan door het feit dat ik naar Njala was gekomen en zijn vader had willen opzoeken. En dat gevoel resoneerde weer in mij. Dat ik via hem toch nog persoonlijk contact kreeg met zijn vader emotioneerde mij. Heel bijzonder. We spraken met hem af dat we hem later nog thuis zouden bezoeken.

Vervolgens liepen we door en inderdaad stond daar het huisje waar ik een jaar in gewoond had nog steeds. Dat verlevendigde de herinnering aan die tijd sterk. Na een paar foto’s gemaakt te hebben liepen we door naar de plek waar ik dacht het huis aan te treffen waar Wouter en Anneke destijds woonden. En ook dat bleek het geval. Het huis was niet meer als woonhuis in gebruik, maar vele details waren duidelijk herkenbaar. Ik vond het bijzonder om te ervaren dat de fysieke aanwezigheid van dat huis behulpzaam bleek om weer toegang te krijgen tot de herinnering aan dierbare momenten die in de loop van 40 jaar wat verbleekt waren, maar kennelijk zo weer tot leven te wekken zijn.

Na ook hier een serie foto’s gemaakt te hebben gingen we op pad naar Julius, de zoon van James. Deze wandeltocht voerde ons door Mokondo, het dorpje aan de zuidkant van Njala waar veel medewerkers van de universiteit wonen.   Samen met Julius bezoeken we het graf van zijn vader James. Ik vond het mooi om hem zo een laatste eer te bewijzen.

Hier was het bijzonder om te ervaren dat er op een aantal aspecten nog vrijwel niets was veranderd ten opzichte van 40 jaar geleden. De huisjes, het straatleven, de markt, de kookplaatsen etc.. Veel mensen spraken ons aan, vriendelijk en belangstellend. Een aantal mensen had ook meteen een zielig verhaal gevolgd door een verzoek om geld. Op de aspecten die nauw verweven zijn met de cultuur blijkt er niets veranderd en dat is op zichzelf ook niet verrassend maar wel bijzonder om te kunnen constateren na een afwezigheid van 40 jaar.

Wat wel verandert is is dat vrijwel iedereen een mobiel heeft en zeker de helft een smartphone. Van elke taxichauffeur noteer ik zijn mobiele nummer. Altijd handig.

Wat ook niet veranderd is, is de staat waarin de Universiteit verkeert.  Daar kun je op verschillende manieren naar kijken. Als je bedenkt dat de Universiteit gedurende de burgeroorlog volledig verlaten was en veel gebouwen gestript, gesloopt of in brand gestoken zijn door de rebellen is het een prestatie dat de Universiteit weer operationeel is.

Maar wat ik ook zie is dat er ten opzichte van 40 jaar geleden op een aantal punten weinig ontwikkeld lijkt te zijn. Door mijn westerse ogen bezien verkeert een aantal gebouwen in een deplorabele staat en proefvelden zijn er niet te zien. Julius klaagt erover dat universiteitsmedewerkers teveel met zichzelf bezig zijn en te weinig met het collectief. Dat de universiteitsleiding te weinig aandacht heeft voor het lagere en middenkader en dat lage salarissen het nodig maken om naast je werk nog andere activiteiten te ontwikkelen om inkomen te genereren. Op zich logisch, maar het beperkt ontwikkeling enorm. Hier herken ik een patroon dat 40 jaar geleden ook zichtbaar was. Het is wel droevig om te constateren dat om allerlei redenen er weinig ontwikkeling zichtbaar is. Dit is een heel ander beeld dan de ontwikkeling die Wageningen Universiteit in 40 jaar heeft doorgemaakt.

De volgende dag besluiten we rivier over te steken en een wandeltocht te maken naar Pujehun. We steken over met het pontje: een traditionele uitgeholde boomstam. De wandeling voert ons door een verlaten oliepalmplantage en niet in cultuur genomen land dat vooral begroeid is met olifantgras. Twee bewoners van Pujehun die met ons meelopen vertellen dat de plantage niet meer commercieel gerund wordt. De bewoners van Pujehun oogsten er rode palmolie en palmwijn. Het verbaast ons dat er geen landbouw bedreven wordt op deze vlakke riviergrond. In potentie moeten hier met irrigatie en wat kunstmest toch zeker twee rijstoogsten per jaar binnengehaald worden. Met een landbouwuniversiteit naast de deur zou daar toch iets van te maken moeten zijn. De dorpsbewoners vertellen dat deze gronden te ver van het dorp liggen om landbouw op te bedrijven. 

Pujehun blijkt een traditioneel dorpje te zijn dat alleen te voet bereikbaar is. Het dichtstbijzijnde dorp dat met de auto bereikbaar is ligt een paar kilometer verder op. De mensen zijn ook hier vriendelijk en belangstellend en vinden het leuk dat we het dorpje komen bekijken. Softdrinks zijn er niet te koop; wel palmwijn, maar daar beginnen we nog maar niet aan zo rond het middaguur.

Op de terugweg komen we een tiental jonge mensen tegen die op weg zijn naar Pujehun om mensen warm te maken voor de verkiezingen en om op de SLPP (Sierra Leone Peoples Party) te stemmen. Mooi om te constateren hoe de verkiezingen leven tot in de uithoeken.

Op de terugweg blijkt het pontje er niet te zijn, maar het aantal wachtenden geeft aan dat hij wel weer zal komen. Ook de schipper had een mobiel, dus ik bel hem maar even om te vragen of hij kan komen. Na een half uurtje komt hij aan peddelen.

In de rivier zwemt een aantal mensen en dat ziet er zeer aanlokkelijk uit. Maar we weten niet of hier Bilharzia heerst, dus we gaan er maar niet in.

‘s Avonds komt Julius langs bij het guesthouse en we eten en drinken gezellig samen. Hij nodigt ons uit voor de kerkdienst op zondagochtend. Ze beginnen om 9.00 uur met bijbelstudie en vanaf half elf is er zang en een preek. We zeggen graag vanaf 10.30 aan te sluiten en besluiten tegelijk om nog een dagje langer in Njala te blijven. 

Vanochtend wilden we voor de kerkdienst nog een wandeling maken naar het agricultural department. Toen we om 7.30 wilden vertrekken stond Julius al voor de deur met een pakje waarin twee volledig nieuwe outfits zaten. Een geschenk voor ons als uitdrukking van zijn dankbaarheid voor onze komst. Maar wij dachten zelf dat ook wel zou meespelen dat hij ons liever in deze outfit  in de kerk zou zien verschijnen dan in onze wat sjofele reisklof. Na enige aarzeling namen we het geschenk aan.

Het Agricultural Department bestond uit een paar collegezalen die je ook het etiket ‘deplorabel’ kan toekennen. Proefveldjes waren er verder niet.

Om 10.30 traden we in onze nieuwe outfit (van Indiase makelij naar onze inschatting) de kerk binnen, waar men de heer al zingend aan het loven was onder begeleiding van een swingend life orkestje. Julius begeleidde ons trots naar een plekje naast hem en zijn vrouw en wij swingden vrolijk mee op de muziek en zang. Dat duurde een half uurtje en daarna deelde Julius stralend en ook wat gespannen met de kerkgemeenschap dat de heer voor het wonder van ons bezoek gezorgd had. Hij nodigde ons vervolgens ook uit een woordje tot de aanwezigen te richten. Henk prees de mooie zang en dans en zei dat wij daar in Nederland wel een voorbeeld aan konden nemen. Ik bracht mijn samenwerking met James in herinnering en hoe mooi het was om via Julius met hem in verbinding te zijn gebracht wenste allen goede verkiezingen een goede regering toe. Onder luid applaus gingen we zitten, waarna de voorganger als een volleerde cabaretier een preek hield. Afwisselend zacht en zeer luid pratend, met grapjes maar ook met strenge adviezen en waarschuwingen voor de leepheden van de duivel sprak hij zijn kudde toe, die regelmatig met een luid “halleluja” of “amen” reageerde.

Na weer wat liederen sloot hij de dienst rond 12.30 af (voor de aanwezigen dus een zitting van 3,5 uur!) met het verzoek om geld te doneren voor een bijeenkomst van kerkleiders komende week. Hij wilde niet bedelen, maar ja er was toch wel geld nodig om iedereen van voedsel te voorzien. In twee rondes werden de giften geïnd en uiteraard hebben wij ook een bijdrage gegeven.

Vanavond komt Julius nog een drankje drinken en eten met ons.

Morgen gaan we richting Freetown om nog een paar dagen na te genieten van onze reis op Tokeh Beach, een van de prachtige stranden op het schiereiland.

Foto’s

4 Reacties

  1. Michiel:
    18 februari 2018
    Prachtig verhaal weer! Maar Peter, hoe krijg je Henk toch altijd zo vroeg uit zijn bed? Misschien nog wel het meest opmerkelijke haha
  2. Christ elsten:
    19 februari 2018
    Lokale out fit staat jullie prima
  3. Marianne:
    19 februari 2018
    Wat een heerlijk verhaal! En hele leuke foto's. Vooral met die Mobuto/Lemumba outfits, zoals Arie zou zeggen.
    Het zit er bijna op toch? Geniet nog van de laatste dagen. Liefs, Sis (Tssssss!)
  4. July:
    19 februari 2018
    Peet, eindelijk terug! Wat een ontroerend verhaal. Pujehun, daar ben ik ook nog geweest om Verona op te zoeken, die toen voor de FAO werkte. Ik ga zo nog even de foto's bekijken. Tot gauw!

Jouw reactie